
Brief gestuurd aan B&W van gemeente Barneveld met daarin het verzoek de kruising om te bouwen tot een rotonde.
Hier in PDF beschikbaar.
Op donderdagmiddag heeft het bestuur van PBV een rondje Voorthuizen gefietst, samen met wethouder Bram Troost. Gestart werd bij restaurant de Bunckman. Het doel was om een aantal punten te bezoeken om ter plekke de situatie toe te lichten.
Afsluitend werd er nog een kop koffie gedronken bij de Bunckman. Zowel wethouder Bram Troost als het bestuur van PBV vond deze intensieve wijze van kijken naar knel- en aandachtspunten bijzonder prettig en persoonlijk.
We danken Bram dan ook uitvoerig voor zijn tijd en vooral persoonlijke aandacht!
Aan Provincie Gelderland
T.a.v. het College van Gedeputeerde Staten
Postbus 9090
6800 GX Arnhem
Voorthuizen, 22 april 2010
Betreft: Zienswijze vereniging Plaatselijk Belang Voorthuizen m.b.t. Omleiding N303 Voorthuizen.
Geacht College,
Hierbij sturen wij de zienswijze van de vereniging Plaatselijk Belang Voorthuizen op het MER omleiding N303 Voorthuizen. Deze zienswijze is samengesteld uit de reacties van onze leden op het MER omleiding N303 Voorthuizen. De zienswijzen welke gegeven kunnen worden op het MER dienen uitsluitend gericht te zijn op het feit dat het MER voldoet aan de volgende punten: objectiviteit, compleetheid en dat het rapport geen fouten bevat.
Algemeen:
Wij zijn van mening dat de nu geplande omleiding Voorthuizen een oplossing moet bieden voor de verkeersproblemen in het gehele dorp Voorthuizen. Tracé Midden M2 (MMA) voldoet niet aan deze doelstelling.
Er dient, ongeacht het tracé, altijd een wegverbinding te komen tussen de Apeldoornsestraat en de Rubensstraat. Deze weg moet ook een functie hebben voor bereikbaarheid van de woonwijken van Voorthuizen en aansluitingen te hebben voor deze woonwijken. Dan heeft een weg pas effect voor ons dorp.
Objectiviteit van het MER:
Wij zijn van mening dat het MER welk nu ter inzage ligt niet objectief is. Dit MER is naar het tracé Midden toegeschreven waardoor de andere tracévarianten nadelig zijn beoordeeld. Als procesmatige doelstelling van de MER staat vermeld: “het in nauwe samenwerking met de gemeente Barneveld onderzoeken van een doeltreffende oplossing voor verkeers- en leefbaarheids problematiek op de N303 in Voorthuizen” Indien dit werkelijk het geval is, dan vragen wij ons af waarom voor de omlegging van de N303 is gekozen voor een zogeheten provinciaal inpassingplan. De noodzaak van het toepassen van een bijzonder instrument als een inpassingplan ontbreekt indien de omlegging ook op basis van een gemeentelijk bestemmingsplan kan worden gerealiseerd. Waaruit bestaat de noodzaak om gebruik te maken van een inpassingplan indien de omleiding in nauwe samenwerking met de gemeente plaatsvindt?
Fouten in het MER:
Het MER welke ter inzage ligt bij de Gemeente Barneveld is gedateerd op februari 2010, echter de MER welke beschikbaar is op de website van de provincie Gelderland is gedateerd op december 2009.
In dit MER staan veel aantoonbare fouten. Bovendien ontbreken er belangrijke gegevens welke dienen te worden aangevuld om daarna een verantwoorde keuze van een voorkeurstracé te kunnen doen. Diverse tabellen dienen te worden aangepast.
Hierdoor is dit rapport niet bruikbaar om een goede en verantwoorde keuze te kunnen maken.
Compleetheid van het MER:
De informatie in dit MER is niet compleet weergegeven. De gegevens zijn (sterk) verouderd en niet meer bruikbaar voor dit doel. U geeft aan dat er leemten in kennis zijn in dit MER. Dit mag niet voorkomen in een document waarop nadien ingrijpende besluiten moeten worden genomen.
Er zijn oude onderzoeken gebruikt en er wordt uitgegaan van de Structuurvisie gemeente Barneveld uit het jaar 2002 terwijl in 2009 een nieuwe Structuurvisie is vastgesteld. Hierdoor ontbreken een groot aantal belangrijke zaken welke bepalend zijn voor de keuze van een omleiding Voorthuizen.
Wij noemen een aantal zaken welke u ten onrechte niet hebt meegenomen in uw rapport:
Er zijn een aantal belangrijke ontwikkelingen waarvan de gevolgen niet, dan wel onvoldoende zijn gebruikt in de samenstelling van het MER:
Het MMA in tracé Midden M2 is pas na mitigerende maatregelen bereikt. Dit kan ook met andere tracés bereikt worden maar hier ontbreekt de benodigde informatie over.
Dit MER schrijft extra negatief over route langs Wilbrinkbos m.b.t. oostelijke varianten. Opvallend is de mildere beoordeling als hier de Midden variant wordt genoemd.
Een duidelijke weergave van de effecten in het MER van het tracégedeelte Apeldoornsestraat tot de Rubensstraat ontbreekt in dit MER.
Een goede bereikbaarheid van de diverse woonwijken in Voorthuizen is onvoldoende gewogen in MER.
Per tracévariant dient dit weergegeven te worden. Dit is belangrijk voor de verkeersveiligheid en voorkoming van extra verkeer door het centrum en andere woonwijken van ons dorp.
De in de MER toegepaste kwalificatie van de huidige hoofdwegen als erftoegangsweg, doet geen recht aan de werkelijke functie van die wegen als hoofdontsluitingswegen (i.c. . Rembrandtstraat, Rubensstraat, Hoofdstraat, baron van Nagellstraat)
U hebt als doelstelling een omleiding Voorthuizen, uitgevoerd als autoweg – 80 km – waarop geen langzaam verkeer (landbouwverkeer) mag rijden. Dit is een slechte oplossing voor het gehele dorp Voorthuizen. Dit langzame verkeer moet dan allemaal door het centrum van Voorthuizen blijven rijden. Een 60 km weg waarop ook langzaam verkeer mag rijden is een oplossing welke gezocht dient te worden.
Bij tracé Midden M2 (MMA) blijft alle verkeer voor Voorthuizen oost + het recreatieverkeer door het centrum van Voorthuizen rijden. Dit is geen oplossing voor de huidige verkeersoverlast. Bij tracé Midden M2 (MMA) blijft langzaam verkeer (Landbouw + Loonbedrijven) door centrum van Voorthuizen rijden. Dit is geen oplossing voor de huidige verkeersoverlast. Door de gemeente Barneveld is al meerdere keren in het openbaar medegedeeld dat de verbinding tussen de Voorthuizerweg en de Apeldoornsestraat sowieso door de gemeente zal worden gerealiseerd. Voor een deugdelijke MER dient deze verbinding dan ook niet langer als een alternatief, maar als een vast gegeven te worden opgenomen. Variant M2 is derhalve verworden tot een schijnvariant. Feitelijk beperkt alternatief M2 zich tot het ontbreken van een tweede aansluiting op de N303 (het stukje tracé tussen de Overhorsterweg en de Voorthuizerweg) en niet tot een doortrekking naar de Apeldoornsestraat!
Er wordt niet gesproken over de knelpunten van de N303 tussen Voorthuizen en Putten (Provincie en gemeenten doen niets aan dit gedeelte van de N303)
Een rondweg om de nieuwe wijk Voorthuizen Zuid is toch nodig. Dit is een groot deel van het tracé Midden-Oost. Dit is een oplossing welke goede kansen biedt voor een optimaal gebruik.
Variant Midden-Oost scoort volgens de MER zeer negatief vanwege de lange doorsnijding van het gebied met verwachtingswaarden. Volledigheidshalve wijzen wij u wederom op de aldaar geplande woningbouwlocatie Voorthuizen-Zuid met een capaciteit van meer dan 1000 woningen. De belasting door het tracé valt daarbij in het niet ten opzichte van de belasting ten gevolge van de aldaar geplande woningbouw. Het is dan ook niet zuiver om de aantasting van de verwachtingswaarden toe te rekenen aan het tracé Midden-Oost als dit gebied sowieso bouwrijp wordt gemaakt ten behoeve van woningbouw.
De lengte van het MO tracé is aanzienlijk korter dan het Midden tracé. Dit bespaart aanlegkosten, omrijdkilometers en reistijd. Waarom zouden we onnodige dubbele aantasting van natuur en landbouwareaal rond Voorthuizen doen als het anders kan? Van het tracé MO ontbreekt een overzichtkaart in dit MER. Er kan een tracé invulling worden gekozen welke geen doorsnijding van bos en recreatiegebied zal veroorzaken. Samenvatting van milieueffecten worden vaak negatief voor tracé MO uitgelegd. Dit is niet objectief. De gegevens in dit MER zijn opvallend negatief veranderd t.o.v. de vorige conceptversie.
Met name de tussen het toekomstige woningbouwgebied Voorthuizen-Zuid en de Zeumerse plas gelegen tracévariant Midden-Oost vervult bij uitstek de noodzakelijke ontsluitingsfunctie. In de MER is hier nog geen aandacht aan besteed of enig onderzoek naar verricht.
Flora en fauna zijn zeer summier beschreven – moet juist uitgebreid in het MER zijn vermeld. Beschermde diersoorten in gebied aan noordwest zijde zijn niet serieus genoemd o.m. Dassen – vogels – vleermuizen. Er zijn meer zwaar beschermde diersoorten (rode lijst) in dit gebied aanwezig. Vreemd genoeg wordt in het MER geheel voorbij gegaan aan de wel waardevolle natuurgebieden en daadwerkelijke landgoederen “Landgoed Overhorst” en “Landgoed Appel” aan de westzijde van de Voorthuizerweg en parallel aan de Overhorsterweg. Deze beide landgoederen vormen de van overheidswege gewenste robuuste verbindingszone tussen de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug. In tegenstelling tot het voormelde Wilbrinkbos fungeren deze landgoederen als daadwerkelijke ecologische verbindingszone en is er sprake van een veel grotere diversiteit aan flora en fauna (o.a. . Zwijnen, Edelherten en amfibieën)
Het Beekdallandschap van de Hoevelakense beek is niet op waarde genoemd. Door een Beekdallandschap kan geen volgens de huidige regelgeving geen wegtracé worden gepland. En dat over een lengte van liefst 2000 meter!
Bovendien is dit een (natte) verbindingszone en een leefgebied van bijzondere soorten flora en fauna.
Een onderzoek naar het waterplan en oppervlaktewater ontbreekt in dit MER.
Er staat ook foutieve informatie in dit MER betreffende de beken structuur.
Ten aanzien van het punt van de afwatering merken wij op dat met name het weidegebied ten noordwesten van Voorthuizen (tussen woonwijk de Maat, de Appelseweg en Hoevelakense beek inclusief zijarm langs de woonwijk) problemen heeft met de afwatering. Waterschap Vallei en Eem is daarvan op de hoogte en kan u daarover informeren. Visueel kan objectief worden vastgesteld dat de waterstand in de beken ten westen en noordwesten van Voorthuizen voortdurend op peil is terwijl de sloten (i.c greppels) ten zuiden en oosten van Voorthuizen doorgaans droog staan. De beiden als zeer negatief beoordeelde afwatering van de varianten Midden en Midden-Oost strookt derhalve niet met de werkelijkheid en verdient een nader onderzoek.
Door dit Beekdallandschap loopt een zeer gewaardeerd beekwandelpad welke van grote waarde is voor inwoners van ons dorp en recreanten. Dit wordt niet genoemd in het rapport. Doorsnijding van dit Beekdallandschap voldoet niet aan de Structuur visie / Strategische visie gem. Barneveld en Provinciale regelgeving. (o.a. streekplan). Aan de noordwest zijde van Voorthuizen bevindt zich een waardevol landschap. Dit staat in de plankaarten van het streekplan van de Provincie vermeld. Aansluitend loopt dit gebied door in de EHS.
Tracé Midden veroorzaakt geluidsoverlast voor de begraafplaats. Denk aan de waardigheid van deze plaats.
Een nieuwe ontwikkeling van een wegtracé mag niet door deze beschermde landschappen gepland worden. Het Viaduct in Overhorsterweg veroorzaakt landschapvervuiling. De windrichting is vaak noordwest. Dit betekent dat alle uitstoot richting de bebouwing gaat. Dit is niet bevorderlijk voor de volksgezondheid. Er is niet gekeken of dit bij het andere tracé minder is.
De Baron van Nagellstraat wordt zwaar overbelast. De aantallen motorvoertuigen zullen op bepaalde wegvakken sterk toenemen. Dit dient onderbouwd te worden in dit MER.
Het valt ons op dat er in dit MER niets vermeld wordt over de fietsers (dagelijks +/- 1000 scholieren welke via de Baron van Nagellstraat en de Stations weg naar scholen in Barneveld e.o. moeten. Dit is een fors veiligheidsrisico waar we graag aandacht voor willen zien in dit MER.
De doortrekking van de A30 naar de A28 is in dit MER ten onrechte vermeld. Deze doortrekking is definitief van de baan, (zie project VERDER van Rijkswaterstaat)
De aanpassing van de A1 bij Voorthuizen is ten onrechte vermeld als autonome ontwikkeling. (zie project VERDER van Rijkswaterstaat)
Onze Conclusie:
Dit MER is op diverse punten niet objectief geschreven. De resultaten zijn toegeschreven naar een tracé Midden M2
Er staan een aantal aantoonbare fouten in de MER welke invloed hebben op de uitkomst. Hierdoor is dit rapport niet bruikbaar om een goede en verantwoorde keuze te kunnen maken.
Bovendien ontbreken er belangrijke gegevens welke dienen te worden aangevuld om daarna een verantwoorde keuze van een voorkeurstracé te kunnen doen.
Hierdoor is dit rapport niet bruikbaar om een goede en verantwoorde keuze te kunnen maken.
Een goede oplossing voor geheel Voorthuizen is gewenst. Diverse informatie in dit MER is niet compleet.
Wij verzoeken u hierbij om het MER aan te passen. Een goed en compleet MER draagt bij aan een maatschappelijk draagvlak. Met het dan gewijzigde MER kan beoordeeld worden welke tracévariant(en) de voorkeur hebben.
Wij verzoeken u het dan aangepaste MER nogmaals ter inzage te leggen.
In afwachting van uw reactie.
Hoogachtend,
Bestuur vereniging Plaatselijk Belang Voorthuizen
G. Hofs M.A. Schuit
Voorzitter Secretaris
Een inwoner heeft via Plaatselijk Belang Voorthuizen een vraag gesteld over de gladheidsbestrijding op de fietspaden tussen Barneveld en Voorthuizen. Hieronder de reactie van de gemeente:
Verschillende wegbeheerders
De fietsroute Barneveld-Voorthuizen is qua gladheidsbestrijding bij 2 wegbeheerders ondergebracht te weten de Provincie Gelderland en de gemeente Barneveld. De gemeente strooit het gedeelte vanaf de noordelijke af- en toerit A1 richting Voorthuizen, de Provincie gaat hier vandaan richting Barneveld.
Beleid
De Provincie strooit in sommige gevallen preventief, de gemeente curratief. Dit betekent dat de gemeente pas een strooiactie inzet als het glad is of met zekerheid wordt. De Provincie kiest er soms voor om al eerder te strooien. Dit doet men als men verwacht dat het glad gaat worden en men geen risico wil lopen. De kans op onnodige strooiacties is hierdoor wel groter.
Uitvoering
De uitvoering is in principe hetzelfde. Normaliter strooien met wegenzout en dit zonodig combineren met sneeuw schuiven. Zowel de gemeente als de Provincie beschikt hiervoor over de nodige apparatuur. Bij sneeuwschuiven is het resultaat wel afhankelijk van de ondergrond en het al dan niet “vastgevroren” zijn van de sneeuw. Een asfalt met glad oppervlak (dicht asfaltbeton) schuift makkelijker als een stroef oppervlak (tussen de Zeumerseweg en de Wikselaarseweg) of een tegeloppervlak (tussen bijvoorbeeld De Punt en de oprit A1). Daarnaast starten de strooiacties van Provincie en gemeente vaak niet tegelijk. Hierdoor gebeurt het dat de Provincie het fietspad al heeft gedaan en wij als gemeente nog niet.
Daarnaast is het zo dat wij in geval wij dit fietspad willen schuiven een 2e voertuig moeten inzetten. Het voertuig welke het fietspad strooit langs de Baron van Nagellstraat heeft niet de beschikking over een sneeuwploeg. Het voertuig wat wij hiervoor gebruiken heeft ook een eigen route.
Bij sneeuwval vormen zij dan een combinatie maar hebben dan wel een dubbele route uit te voeren.
Ander punt is dat fietsers zelf niet “meehelpen” het zout goed de mengen met aanwezige sneeuw. Nadat de sneeuw m,.b.v. een sneeuwploeg is verwijderd blijft er vaak, afhankelijk van het oppervlak, iets sneeuw liggen. Dit moet dan door het zout verdwijnen maar heeft tijd nodig. Wanneer er autoverkeer is wordt de sneeuw en het zout goed gemengd waardoor een optimaler resultaat ontstaat. Fietsers lukt dit niet.
Ook het tijdstip van starten van een strooiactie is van belang. Deze is afhankelijk van de weersontwikkeling. Wanneer de verwachting is dat gladheid maar kortdurend is wordt er wel eens voor gekozen om geen actie op te zetten. Het kan ook voorkomen dat men eerst verwacht dat geen strooiactie noodzakelijk is maar dat aan het eind van de nacht blijkt dat dit toch moet gebeuren. Als wij bijvoorbeeld om 06.00 uur de medewerkers alarmeren lukt het niet meer om voor 08.00 uur overal geweest te zijn.
Ik begrijp dat het voor fietsers vervelend is door de sneeuw te moeten fietsen. Wij proberen een zo goed mogelijk resultaat te behalen maar helaas valt het op fietspaden wel eens wat tegen.
Tot slot moet ik helaas melden dat vanwege zoutschaarste het besluit genomen moest worden om de gladheidsbestrijding te minimaliseren. De fietsers op de fietspaden zijn hiervan ook “de dupe”.
Ik hoop u hiermee enig inzicht te hebben gegeven in aspecten waar wij als gladheidsbestrijders mee te maken hebben. Hopelijk ervaart u de komende tijd geen of weinig overlast meer.
Met vriendelijke groet,
Coördinator Reiniging afdeling Beheer Openbare Ruimte
In de bestuursvergadering van Plaatselijk Belang Voorthuizen van 3 mei jl. heeft het bestuur besloten een buitengewone ledenvergadering uit te schrijven met als enig onderwerp ‘standpuntbepaling tracé rondweg Voorthuizen’ zodra de MER (Milieu Effect Rapportage) vrijgegeven is.
Voorafgaand aan deze ledenvergadering zal de in 2001 in het leven geroepen commissie verkeer, die op dit moment slapend is, bijeengeroepen worden om zich over de uitkomsten van de MER te buigen en gevraagd worden een voorstel aan het bestuur te formuleren die tijdens de ledenvergadering ter stemming zal worden ingebracht. Tot die tijd zal het oude standpunt; ‘enige vorm van oostelijke omleiding’ gehandhaafd blijven. Deze zal echter totdat de MER bekend is niet actief gebruikt worden.
Voorzitter Tony Huijgen:
’Het is in de ogen van het bestuur van Plaatselijk Belang Voorthuizen niet mogelijk om, voordat de uitkomsten van de MER bekend zijn, gekwalificeerde uitspraken te doen over een meest wenselijk tracé van een toekomstige rondweg om Voorthuizen. De standpunten van de meeste belanghebbenden / partijen kennen wij, dus die informatie voegt op dit moment niets toe, sterker nog, het maakt de inhoudelijke discussie welke optie vanuit verschillende invalshoeken bezien uiteindelijk de beste is alleen maar nog verwarrender.
Wij voelen er niets voor om op dit moment, hoe aanlokkelijk dat ogenschijnlijk ook moge zijn, in de valkuil van een te vroege standpuntbepaling te stappen. De afgelopen weken is er een kakofonie van meningen in de verschillende media gepubliceerd met vermeende waar- maar vooral ook onwaarheden. Hier doen wij niet aan mee.
Wij willen eerst de feiten boven tafel krijgen alvorens met een goed geformuleerd en onderbouwd voorstel naar onze leden te kunnen gaan. Voor het formuleren van dit standpunt willen wij graag gebruik maken van de expertise van de leden van de commissie verkeer.’
Bij het bestuur is niet bekend wanneer de definitieve MER vrijgegeven zal worden.